De geschiedenis van het EMK-terrein in vogelvlucht

Het voormalige EMK-terrein in Krimpen aan den IJssel kent een lange historie. De eerste industriële activiteit op het latere EMK-terrein was een steenbakkerij in de zestiende eeuw. In die tijd waren meer van dit soort bedrijven gevestigd langs de Hollandsche IJssel.

Inrichting van het oude EMK-terrein

De eerste Hinderwetvergunning voor het in bedrijf nemen van een koolteerfabriek dateert van 1894. In de daarop volgende eeuw vestigen zich hier achtereenvolgens meerdere bedrijven, als laatste in 1970 de Exploitatie Maatschappij Krimpen (EMK), waar de locatie zijn naam aan ontleent. Als dit bedrijf in 1980 failliet wordt verklaard, heeft een eerste oriënterend bodemonderzoek reeds aangetoond dat bedrijfsactiviteiten de bodem hebben verontreinigd.

Daarop volgende onderzoeken wijzen uit dat het gaat om een grootschalige verontreiniging met olie- en teerproducten. Vooruitlopend op de noodzakelijke bodemsanering worden in 1983/1984 de bovengrondse installaties ontmanteld. De vloeibare en vaste afvalstoffen die bovengronds waren opgeslagen worden onder toezicht van de DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) afgevoerd. De sanering wordt eind jaren ’80 volgens de zogenaamde IBC-methode uitgevoerd: Isoleren, Beheersen en Controleren. Een techniek die in de jaren ’80 en ’90 veelvuldig wordt toegepast voor grootschalige en complexe saneringsgevallen, waarvoor aangetoond kon worden dat het volledig verwijderen (een multifunctionele sanering) van de verontreinigde bodem technisch en/of financieel niet haalbaar was.

Naast het feit dat de locatie in zijn huidige staat niet kan worden gebruikt, brengt het in standhouden van de IBC-voorzieningen jaarlijks kosten met zich mee. Reden voor de terreineigenaar – het Rijk – en de gemeente om een haalbaarheidsstudie uit te voeren. Deze studie moet antwoord geven op de vraag of een hersanering, gecombineerd met een economische herontwikkeling, technisch en financieel haalbaar is. Het huidige bodembeleid heeft als uitgangspunt dat bodemsaneringen worden afgestemd op de (voorgenomen) gebruiksfunctie van een locatie: de zogenaamde functionele sanering. De haalbaarheidsstudie wijst uit dat een herontwikkeling tot industrieterrein een haalbare kaart zou kunnen zijn. Daarop neemt de gemeente Krimpen aan den IJssel de procedure tot het wijzigen van het bestemmingsplan ter hand. Het bestemmingsplan is vastgesteld en onherroepelijk.

DCMR contracteert een technisch adviesbureau om een saneringsonderzoek uit te voeren en een Raamsaneringsplan/Omgevingsplan EMK op te stellen. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland nemen op grond van de Wet bodembescherming op 28 april 2016 hierop een beschikking. Aansluitend geeft het toenmalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu aan DCMR de opdracht om de aanbestedingsprocedure te starten, om te komen tot een onderbouwde keuze voor een aannemer die de bodemsanering en bijkomende werkzaamheden op een veilige manier en zonder gezondheidsrisico’s kan uitvoeren. Na voltooiing van de hersanering moeten de belemmeringen voor de herinrichting tot industrieterrein voor de (maritieme) maakindustrie zijn weggenomen.

De aanbestedingsprocedure is op 5 oktober 2018 afgerond. Van de vijf inschrijvende marktpartijen wordt selecteert de beoordelingscommissie een van deze inschrijvingen als de “economisch meest voordelige aanbieding”. In de beoordeling is -naast de inschrijvingssom- de kwaliteit van het Plan van aanpak van de nadrukkelijk meegenomen: de beheersing van de risico’s en de kwaliteit van het omgevingsmanagement nadrukkelijk mee te wegen in de beoordeling van de inschrijvingen.

Het werk start na het ondertekenen van het uitvoeringscontract.